Tot nadere order zijn alle workshops en beursen opgeschort i.v.m. het coronavirus. Uiteraard is onze webshop gewoon geopend en kunt u ons via info@miniatuura.nl of tel. 0630172543 bereiken!

Welkom op MiniatuurA.nl!

Zegt het spreekwoord niet: “Bezint eer ge begint”? Dat geldt zeker voor het plannen en bouwen van het wegennet op onze modelbaan. Niets is vervelender dan dat je achteraf moet constateren dat er bepaalde voertuigen niet over een deel van het wegennet kunnen rijden omdat die ene bocht net te krap is……

Geometrie, de maten en afmetingen.

Tijdens de planning van het wegennet dienen we ons af te vragen welke afmetingen we voor de wegen moeten hanteren, wat is de minimum radius van bochten, de minimum breedte van de rijbaan e.n.z. Ook moeten we, net als in werkelijkheid bepalen welke voertuig type waar mag rijden. Voorbeeld: een lange trailer met oplegger zal niet door een bochtig √©√©nrichtingsverkeer straatje rijden waar aan beide zijde auto’s geparkeerd staan. De afmetingen is dus mede afhankelijk van de voertuigen die er overheen rijden. Om het niet al te moeilijk te maken ga ik uit van wegen waar alle type voertuigen overheen moeten kunnen rijden.

Een voertuig is maximaal 3 cm. breed. Voor een enkelbaan recht traject is dus een breedte van 4,5 √° 5 cm voldoende. Bij een dubbele rijbaan wordt dit dus 9 √° 10 cm. Deze maat geldt voor rechte trajecten en hele flauwe bochten.

Het betere bochtenwerk

In bochten wordt de zaak aanzienlijk gecompliceerder omdat we daar te maken krijgen met het uitscharen van bijvoorbeeld bussen en trailers met oplegger. Des te scherper de bocht des te groter het uitscharen waarbij een tegenligger op een gegeven moment in botsing zal komen. Bij bussen en oudere type vrachtwagens hebben we ook nog te maken met het uitscharen van de voorkant naar buiten omdat daar de vooras wat verder naar achteren zit. U begrijpt al dat het heel lastig is om hier een standaard oplossing aan te dragen daar voor iedere radius, vorm en lengte van de bocht andere maten gelden….

Wat ik heb gedaan is het aanschaffen van:

  • Het langste voertuig met de meeste uitscharing naar binnen toe: een trailer met oplegger
  • Een voertuig dat ver naar buiten uitschaart: een bus met de vooras ver naar achteren
  • Een klein voertuig bijvoorbeeld een bestelbusje met kleine slepermagneet om te kunnen zien of e.e.a. nog realistisch overkomt in de model praktijk

Hiermee kan je proefondervindelijk vast stellen wat de minimum breedte van de rijbaan moet zijn bij een bocht van gewenste radius en lengte. Hieruit is mij gebleken dat je met de lange voertuigen beter niet onder een radius van 15 cm kan gaan omdat je anders wel hele breede rijbanen moet hanteren die niet meer met de werkelijkheid overeenkomen.

Er zijn echter wel technische mogelijkheden om tot een realistischer weggedrag te komen. In werkelijkheid zal een chauffeur van een lange vrachtwagencombinatie de bochten namelijk ophalen. Hij zal de bocht ruimer nemen zodat zijn oplegger minder ver uitschaart. Dit is in model ook te realiseren met een extra rijdraad/magneetband die ervoor zorgt dat het langere voertuig de buitenbocht neemt terwijl de kortere het normale traject nemen. U begrijpt al wel dat wanneer je een en ander automatisch wil laten uitvoeren dit een uitgebreide sturing van de voertuigen verlangt. Je moet immers een onderscheidt maken tussen lange en korte voertuigen. Die moeten gedetecteerd worden en daarmee zal het des betreffende traject gekozen moeten worden. Dit is natuurlijk technisch een hele uitdaging om te realiseren…

Bergje op bergje af

Een andere vraag is welk stijgingspercentage mag er gehanteerd worden voor hellingen. In de praktijk is gebleken dat je beter niet meer dan 7% hellingen kan maken. Een steile helling betekend aanzienlijk hoger stroom verbruik en daarmee een beduidend kortere rijtijd. Vooral de kleinere voertuig die een accu van lage capaciteit hebben zijn op dit punt gevoelig. Net als bij treinen zal de oprit een vloeiend verloop moeten hebben. Samengevat komt het er dus op neer dat iedere situatie anders is en er eigenlijk geen standaard afmetingen gegeven kunnen worden. Het beste en snelste is m.i. om e.e.a. eerst in een proef opstelling uit te proberen. Mochten er wiskundigen onder u zijn die kans zien om e.e.a. in een eenvoudige formulevorm berekenbaar te maken dan houdt ik me van harte aanbevolen.